|
Wie was Hannie Schaft?
Dat ook vrouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog deelnamen aan het gewapende verzet
hadden de Duitsers aanvankelijk niet verwacht. Vrouwen hielden zich in hun denkbeelden
alleen met de verzorging van hun echtgenoten en kinderen bezig. Pas in de laatste
jaren van de oorlog drong tot hen door dat in een aantal kinderwagens behalve baby's
ook wapens werden vervoerd en dat jonge
schoolmeisjes met vele illegale krantjes konden rondfietsen. Het was vooral het
koerierswerk dat vrouwen in verzetsgroepen verrichtten. Andere
activiteiten als sabotage, overvallen en liquidaties van Duitsers of verraders
namen mannen meestal voor hun rekening, op uitzonderingen na, waaronder 'het
meisje met het rode haar', Hannie Schaft.
Op tweeëntwintigjarige leeftijd kwam
Jo Schaft, zoals ze eigenlijk door familie en vrienden werd genoemd, in het
Haarlemse verzet terecht. Het was een logisch gevolg van de woede die ze
in de loop der jaren tegen de Duitsers had ontwikkeld. Van huis uit had ze al
een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Haar ouders waren sociaal-democraten die zich
zeer bewust waren van de wereld om hen heen. In het gezin Schaft werd veel
gediscussieerd over allerlei politieke onderwerpen. Er bestond een zeer hechte
gezinsband, die na de dood van Hannie's jongere zusje nog steviger werd. Omdat
haar ouders erg bang waren dat hun enig overgebleven dochter iets zou overkomen,
werd Hannie heel beschermd opgevoed. Ze was hierdoor vrij geïsoleerd en had
weinig vrienden. Hannie hield zich voornamelijk met haar school bezig, waar ze
zeer hoge cijfers haalde.
In 1938 ging Hannie rechten studeren in Amsterdam. Ze
werd lid van de Amsterdamse Vrouwelijke Studentenvereeniging. En al snel was van
een geïsoleerd bestaan geen sprake meer. Binnen de vereniging richtte ze met
een aantal studentes een nieuw dispuut op. Over de discussies hierin vertelde
een studente: 'Jo nam daarbij een vooraanstaande plaats in. Wat haar politieke
overtuiging betreft, ze was behoorlijk rood en daar durfde ze wel voor uit te
komen. 'n Virulent type. Altijd giftig tekeer tegen alles wat onrecht in de
wereld was.
'Toen in 1940 de oorlog uitbrak, ging Hannie evenals alle anderen
door met studeren, in juli '40 haalde ze haar kandidaatsexamen. Om niet meer heen
en weer te hoeven reizen tussen haar ouderlijk huis in Haarlem en Amsterdam,
ging ze in de universiteitstad op kamers wonen. Intussen groeide Hannie's woede
tegen de Duitse bezetters. Haar Joodse studiegenoten Sonja en Philine werden in
toenemende mate getroffen door de anti-Joodse maatregelen. Toen zij een gele ster
moesten gaan dragen en zeer beperkt werden in hun bewegingsvrijheid, stal Hannie
twee persoonsbewijzen van niet-Joodse vrouwen in een zwembad. Bij deze twee bleef
het niet. Verder stuurde ze pakjes naar Westerbork en andere kampen.
Haar eigen leven veranderde ingrijpend toen de Duitsers van alle studerenden een
loyaliteits verklaring (1943) eisten. Dit betekende voor Hannie het einde van
haar studie. Een vriendin vertelt hierover: 'Ze vond het ondenkbaar, dat je als
goede Nederlander zo'n papier zou ondertekenen. Het was een kwestie van
solidariteit, niet alleen tussen alle studenten, maar ook met de groepen die in
ons land veel erger onderdrukt en weggevoerd werden.' In het voorjaar van 1943
vertrok Hannie met Sonja en Philine, die ze bij haar ouders wilde laten
onderduiken, naar Haarlem. Aldaar sloot ze zich aan bij de linkse sabotagegroep
de Raad van Verzet, om meer, actiever verzet te bieden. De RVV had er al diverse
sabotageacties en aanslagen op zitten. De zusjes Truus en Freddie Oversteegen
maakten deel uit van deze groep, evenals de felle Jan Bonekamp die vrouw en kind
verliet om zich aan de strijd tegen de Duitsers te wijden. Vooral voor de
laatste had Hannie grote bewondering. Haar ouders bracht ze niet op de hoogte
van haar verzetsactiviteiten. Voor hun veiligheid en van
hun onderduikers mochten zij zo weinig mogelijk weten. Sonja hield het echter niet lang vol in
haar 'vrijwillige' gevangenschap. Ze probeerde naar Zwitserland te vluchten maar
werd, zo bleek later, in Frankrijk verraden. In Auschwitz kwam ze om het leven.
|

Na instructies over wapens en een schietles was Hannie gereed voor haar eerste actie.
Ze kreeg de opdracht een man van de Sicherheits Dienst neer te
schieten. Toen ze de trekker overhaalde klonk er in plaats van een schot een
klik, er zaten geen kogels in het pistool. Hannie had een 'proef van bekwaamheid
en betrouwbaarheid' afgelegd waar ze erg kwaad over werd. De volgende acties
speelden zich in de volle werkelijkheid af. Bij een ervan kwam Jan Bonekamp om
het leven. De man die hij en Hannie moesten liquideren had na de aanslag van
Hannie nog kans gezien om Jan in zijn buik te schieten. Hannie was inmiddels al
weggefietst en wachtte op een onderduikadres tevergeefs op Jan. Hij stierf nadat
de Duitsers nog enkele adressen van hem wisten los te krijgen, waaronder dat van
Hannie. Hannie's ouders werden naar aanleiding van deze gebeurtenissen
gegijzeld. De Duitsers hoopten dat Hannie zich dan bij hen zou melden. Hannie
werd door haar kameraden ervan weerhouden om zich aan te geven en na enige tijd
lieten de Duitsers haar ouders gaan. Behalve deze gijzeling, veroorzaakte de
dood van Jan een diepe inzinking bij haar. In een brief aan Philine schreef zij:
'Mijn geestestoestand is nog steeds allerbedroevendst : ik kan geen boek lezen,
noch roman, noch studieboek. Ik ben aanzienlijk minder hard dan ik gedacht had:
de kennismaking met de dood is niet meegevallen.' Alleen door er dubbel zo hard
tegen aan te gaan kon zij haar verdriet min of meer vergeten. De gevaarlijkste
klussen wilde ze doen. Het gevaar voor eigen leven leek haar steeds minder te
interesseren. Het laatste oorlogsjaar ging Hannie vooral met de zusjes
Oversteegen op stap.
In haar boek over de oorlog, Toen niet, nu niet, nooit (1982) verhaalt Truus Menger
over een aantal van die gezamenlijke acties. Een daarvan was de liquidatie van
'foute' Ko Langendijk. Achterop de fiets bij Truus
had Hannie deze man neergeschoten. Een eindje verderop doken ze een café in.
Truus liet de aanwezige klanten haar pistool zien en maakte duidelijk dat zij,
wanneer de Duitsers daar naar zouden vragen, al zeker een uur aanwezig waren.
Nadat ze zich heel ordinair hadden opgemaakt, 'zo'n beetje defterig', gingen ze
op een beschonken manier aan een tafeltje zitten. Langskomende Duitsers wilden
van de 'aanhalige' dames niets weten en lieten hen na een vluchtige controle
verder met rust. Op 21 maart 1945 werd Hannie bij een weg controle gearresteerd
op het bezit van illegale krantjes.
Op het bureau bracht een Duitse officier
haar in verband met 'het meisje met het rode haar' dat bij zoveel aanslagen en
sabotageacties betrokken was geweest. Haar arrestatie kreeg hierdoor een veel
groter belang. Ondanks de afspraak die de Duitsers aan het einde van de oorlog
met de Binnenlandse Strijdkrachten hadden gemaakt om geen mensen meer te
executeren, werd Hannie vier weken na haar arrestatie doodgeschoten. Haar vrienden
uit het verzet probeerden nog achter haar verblijfplaats
te komen om haar te kunnen bevrijden. Toen Truus daar uiteindelijk achter kwam,
bleek Hannie's naam te zijn doorgestreept in het gevangenisboek.
|