|
Hannie Schaft
tekst: Sophie Poldermans
Het Haarlemse verzet
Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen. Toen op 15 mei de
bezetting een feit was, riep de sinds kort in Haarlem woonachtige
Bernard IJzerdraat op tot verzet. Hij schreef een fel anti-Duits
pamflet "Geuzenactie" en riep op tot het overschrijven en
verspreiden daarvan. Hij was één van de eerste verzetsstrijders in Nederland.
Het eerste jaar van de oorlog stelde de meerderheid van de bevolking
zich echter passief op. Pas in de loop van de oorlog werd de verzetshouding algemener.
In februari 1941 ontstond er een spontane volkswoede. Er werd massaal
gestaakt omdat de Duitsers, op last van het hoofd van de SS en het gehele Duitse
politieapparaat in Nederland, Rauter, op 22 en 23 februari 425 Joden oppakten en
op transport stelden naar het concentratiekamp Mauthausen. Deze staking wordt de
Februaristaking genoemd en heeft in heel Nederland het verzet aangewakkerd.
In de winter van 1942-1943 kwam er in Haarlem, evenals in heel Nederland, een beetje
hoop omdat tijdens de slag om Stalingrad Rusland sterker bleek dan Duitsland. In
diezelfde tijd landden de geallieerden in Marokko en Algerije. Het verzet ging zich
toen organiseren. Er werden illegale krantjes gedrukt, er werd hulp geboden aan
onderduikers, er werden inlichtingen verzameld voor Engeland, er werd sabotage
gepleegd en er werden Duitsers doodgeschoten.
Aangezien in Haarlem, evenals in de rest van Nederland, de legale pers
- althans, wat daarvan overgebleven was - volledig onder Duitse
controle stond, bestond het verzet in Haarlem vooral uit het
verspreiden van illegale krantjes door verschillende organisaties. Ze
verschenen in heel Kennemerland en werden door koeriers, die daarmee
hun leven riskeerden, verspreid. In de krantjes stond nieuws over het
front in Rusland en in Noord-Afrika, berichten uit Londen, maar ook
berichten uit het eigen land, zoals mededelingen over het
distributiesysteem, verhalen over de koninklijke familie en gedichtjes
tegen de Duitsers en de NSB’ers. Zo had het illegale blad Vrij
Nederland een eigen Haarlemse redactie in de Wilhelminastraat. Ook
illegale bladen als De Uitkijk, het christelijke blad Trouw, dat in
Hillegom werd gedrukt, Het Londennieuws, De Vonk, De Vlam en De
Waarheid kwamen regelmatig uit.

Dit laatste blad is één van de invloedrijkste kranten geweest en
werd verzorgd door leden van de Communistische Partij Nederland (CPN),
die onmiddellijk na de capitulatie begonnen met het aanplakken van
berichten en affiches. Een van die leden was Trijn Oversteegen, die met haar twee dochters
Truus en Freddie (toen 17 en 15 jaar oud) een paar maanden na de
capitulatie al actief was met verzet in Haarlem. Kopstukken van het
CPN-verzet waren Gerben Wagenaar, hoofdbestuurslid, Gerrit van der Veen, een
kunstenaar die actief was in het falsificeren van persoonsbewijzen, Jan Thijssen
uit de verzetsgroep de Orde Dienst (OD) en Johan Engelsman uit Amersfoort.
De CPN wilde in het verzet zelfstandig blijven. In juli 1941 werd de
sabotagegroep het Militair Contact, ook wel de Mili’s genoemd,
opgericht. Ze pleegden aanslagen op Duitse legerauto’s, op fabrieken
en op collaborerende ambtenaren en verraders. Eén van hun daden was
bijvoorbeeld het bevrijden van de communistische schrijver Theun de
Vries uit het concentratiekamp Amersfoort.
De Raad van Verzet
In april 1943 ontstond uit de Waarheid-groep in Haarlem een
sabotageploeg, de latere Raad van Verzet (RVV). Deze groep hield zich
met allerlei vormen van verzet bezig, met name het gewapende. De
grondlegger van de RVV was Jan Thijssen (Lange Jan), die aanvankelijk
hoofd van de Radiodienst van de verzetsgroep de OD was. Hij vond de OD
te weinig actief en wilde meer gewapende strijd tegen de Duitsers.
Bovendien wilde hij zijn geheime radiozenders ter beschikking stellen
aan de hele illegaliteit. Hierom trad hij uit de OD, zocht contact met
andere groepen die gewapend verzet pleegden of wilden plegen en richtte tenslotte
de RVV op. Het doel van de RVV was aanvankelijk een bundeling van de verschillende
verzetsgroepen. Dit lukte echter niet. De CPN werd in de RVV vertegenwoordigd
door Gerben Wagenaar. Hij bracht de militair getrainde Mili’s mee waardoor
|
deze hun zelfstandigheid opgaven. In het najaar van 1943 sloot ook Gerrit
van der Veen zich bij de RVV aan, waardoor er een verbinding ontstond tussen de RVV
en de Persoonsbewijzencentrale (PBC). Gerrit van der Veen genoot een enorm prestige
als illegaal werker. Op 27 maart van dat jaar had hij de leiding gehad van de aanslag
op het Amsterdams Bevolkingsregister. In september 1944 werd de RVV, die inmiddels
vele sabotagedaden, aanslagen, overvallen op distributiekantoren en bevolkingsregisters
had uitgevoerd, ondergebracht bij de net opgerichte Binnenlandse Strijdkrachten (BS)
onder opperbevel van Prins Bernhard. Frans van der Wiel had de leiding in Haarlem.
Bekende leden uit de begintijd van de RVV waren Jan Heusdens (een Rotterdammer die
moest onderduiken omdat hij door de Duitsers gezocht werd), de zusjes Truus en
Freddie Oversteegen, Cor Rusman (metselaar) en Jan Bonekamp (chauffeur van
Hoogovens IJmuiden). De RVV werd niet door de CPN gedomineerd. Toch kreeg de RVV
een sterk linkse naam. In feite had die een algemene, brede, linkse samenstelling.
Volgens Truus Oversteegen waren de meeste leden gewone jongens, arbeiders, tot het
verzet gedreven door linkse politieke opvattingen. Geen echte communistische groep dus.
Wel zaten er communisten, 'Dageraad-mensen' van de Vrijdenkersvereniging, anarchisten,
Trotskisten en socialisten in. Het liep allemaal door elkaar heen: het verzet is
eigenlijk ontstaan uit aan de ene kant gereformeerden en aan de andere kant communisten.
Vanaf eind 1943 maakte het illegale blad De Oranjekrant, vervaardigd door journalist J.H. Doorn, deel
uit van de RVV. Ook werkte de RVV samen met andere verzetsgroepen, o.a. met de
Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO), de Landelijke KnokPloegen (LKP), de
Corellistraat 6-groep (de CS-6-groep, Amsterdam) en de Nederlandse
Volksmilitie (Rotterdamse).
Tegenslagen voor het verzet
Voortdurend werden er CPN leden opgepakt omdat ze werden verraden of door de Duitsers
werden betrapt. Velen werden terechtgesteld of doorgezonden naar concentratiekampen
in Duitsland. Sommigen werden op een gemene manier gedwongen adressen van kameraden
door te geven. In 1943 werden er verschillende aanslagen op NSB-ers en/of Duitsers
gepleegd door RVV- leden. Nadat op 30 januari 1943 een Duitse onderofficier op de
Verspronckweg werd doodgeschoten, werden er honderd inwoners uit Haarlem op transport
gesteld naar Vught. Hoe de Duitsers aan de namen kwamen, is niet bekend, maar de sporen
wezen naar het stadhuis. Ook moesten 127 mensen wachtlopen. De Duitsers namen de aanslag
zeer hoog op.
Op 2 februari 1943 verscheen er een bericht in de krant dat een onderzoek niets
had opgeleverd maar dat de dader(s) in Joods-communistische kringen gezocht moest(en)
worden. Tien gijzelaars werden doodgeschoten. Dat was een zware klap voor het verzet.
Nadat Hannie Schaft hierover gelezen en gehoord had, besloot ze ook iets in
het verzet te gaan doen. Ze besloot contact op te nemen, maar ze wist
nog niet hoe. In het volgende hoofdstuk wordt beschreven hoe Hannie Schaft bij de
RVV terechtkomt.
Andere Haarlemse verzetsgroepen
Naast de kleine RVV-sabotagegroep waren er meer verzetsgroepen in
Haarlem. Ik noem een aantal groepen van het verzet van links omdat
Hannie Schaft alleen met de linkse verzetsgroepen te maken had.
Er was de plaatselijke afdeling van de LO. Deze organisatie werd opgericht toen
steeds duidelijker werd dat de Duitsers jonge mannen naar Duitse fabrieken wilden
wegvoeren. Dr. ir. H. van Riessen en dominee Siertsma waren bekende Haarlemse
LO-leden.
Tientallen anderen werkten mee aan het werk van de LO.
De organisatie zou later hulp krijgen van speciale knokploegen (KP),
die distributiekantoren overvielen en bevolkingsregisters probeerden
te vernietigen. Landelijk werden alle knokploegen geleid door Johannes
Post uit Amsterdam. In Haarlem waren de KP-prominenten Schaapman en Broekman.
Ook bestond in Haarlem de al eerder genoemde OD. Deze organisatie was
snel na de capitulatie opgericht door oud-militairen. Zij verwachtten
dat de bezetting niet lang zou duren en wilden daarna een soort
militair gezag in het leven roepen dat de orde zou handhaven totdat
een nieuwe regering in staat zou zijn de macht over te nemen. Ze
hielden zich bezig met spionage en het verzamelen van militaire
inlichtingen. Veel OD-leden waren ook actief in andere verzetsorganisaties.
Ook was er de Amsterdamse verzetsgroep CS-6. Dat was een sabotagegroep
die o.a. NSB’ers liquideerde. Deze groep had nauw contact met het
Militair Contact van de CPN. De groep is in 1943 opgerold en het restant is
opgenomen in de ‘Rolls Royce’- groep. Hannie Schaft heeft waarschijnlijk contact
met de CS-6 groep gehad. De groep V-leger was een spionagegroep in Haarlem en omstreken,
gericht op de verdedigingswerken langs de Noordzeekust. Haarlem had echter ook
tal van
lees verder
|