Hannie Schaft

vorigevolgende


kleinere verzetsgroepen, die veel meer plaatselijk georiënteerd waren. Eén van de vijf groepen stond onder leiding van de sigarenhandelaar Henk Ypkemeule, bekend als Ome Henk, die onmiddellijk na de capitulatie was begonnen met zijn verzet. Hannie Schaft zou contact met hem krijgen, zoals met zoveel andere groepen in Santpoort, Velsen, Beverwijk, Heemstede en Krommenie. Vooral in het begin werkten al die verzetsorganisaties langs elkaar heen. Pas aan het eind van de oorlog werden, op aandrang van Londen, de krachten gebundeld.
Dit alles betekent niet dat de Nederlanders zich massaal verzetten tegen de Duitse overheersing. De grote meerderheid van de bevolking stelde zich passief op. Volgens een schatting van prof. Dr. L. de Jong zijn slechts zo’n 25.000 Nederlanders tijdens de oorlogsjaren in ons land actief geweest in het verzet. Het beeld van 1940-1945 in Nederland is als volgt geweest: 5 procent van de bevolking collaborateurs, 5 procent in het verzet en 90 procent dat zich, al of niet mopperend, min of meer bij de situatie neerlegde.


Kindertijd

Jannetje Johanna Schaft werd op 16 september 1920 in Haarlem geboren. Haar roepnaam was Jo of Jopie. Ze was de tweede dochter van Pieter Schaft en Aafje Talea Vrijer. Vader was leraar aan de Rijks Kweekschool en zat in het landelijk hoofdbestuur van de socialistisch getinte Bond van Nederlandse Onderwijzers. Moeder kwam uit een fel socialistisch predikantengezin. Haar zusje Annie was vijf jaar ouder. Jo groeide in het kleine gezin normaal op. Ze bezocht de kleuterschool, waar ze op een dag een tekening van een groot huis maakte met het woord ‘vrede’ op de gevel.

Vrede

In 1927 gebeurde er een ramp voor het gezin Schaft. Annie stierf op twaalfjarige leeftijd aan difterie, een ernstige keelontsteking.
Het gezin verhuisde van het Rozenhagenplein naar de Van Dortstraat 60 in Haarlem. Jo ging naar de Tetterodeschool. Ze was een uitstekende leerling, maar had weinig contact met haar klasgenootjes. Ze werd soms gepest met haar rode haar en sproeten. Bij haar schoolwerk werd ze door haar ouders gestimuleerd.

Ze hield erg van lezen. Het gezin Schaft leefde geïsoleerd. Onderling praatten ze vaak over politiek. Pieter Schaft was actief lid van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) en Aafje interesseerde zich ook erg voor politiek. Jo groeide op met sociaal-democratische ideeën, met name op het gebied van rechtvaardigheid en gelijkheid. De familie kwam de economische wereldcrisis van 1929 redelijk door. In 1932 ging Jo Schaft naar de 2de HBS-B op het Santpoorterplein, vlakbij het huis in de Van Dortstraat.
Ze ging niet naar het gymnasium op het Prinsenshof omdat haar ouders erg bezorgd waren en ze de fietstocht naar het gymnasium te lang vonden. Ze had plezier in school. Haar ouders waren er trots op dat ze steeds de beste van haar klas was. Maar ook hier was ze geïsoleerd en haar klasgenoten vonden haar een beetje een tutje. Ze was altijd stijfjes gekleed. Volgens Miep Merkuur, een schoolvriendin van Jo Schaft, droeg ze soms een vest als het heel warm was, alleen omdat haar ouders bang waren dat ze kou zou vatten. Ze werd niet getreiterd, maar bleef altijd op de achtergrond.
In huize Schaft was de ontwikkeling in Duitsland een steeds terugkomend onderwerp van gesprek. Ze maakten zich zorgen over Hitler en zijn nationaal-socialisme, maar ook over Mussert en zijn NSB. Ze waren verontwaardigd over de meedogenloze en onrechtvaardige vervolgingen van de Joden in Duitsland. Jo schreef op school veel ‘politieke’ en ‘rechtvaardige’ opstellen, waaronder een opstel over de onrechtvaardige situatie in Abessinië.
Daarin maakte ze duidelijk dat de Italianen o.l.v. Mussolini daar erg wreed te werk gingen. In 1937 slaagde ze met voor Duits, geschiedenis en plant- en dierkunde een tien, voor Frans en Engels een negen en voor Nederlands een acht. De bedoeling was dat Jo lerares Nederlands zou worden, maar ze zag erg tegen het orde houden in een klas op en besloot uiteindelijk in 1938 rechten te gaan studeren in Amsterdam. Daarvoor moest ze eerst staatsexamen Latijn en Grieks doen, waar ze in 1938 voor slaagde.

Studietijd
Hitler was vanaf 1933 aan de macht in Duitsland. Jo studeerde vanaf september 1938 in Amsterdam. Ze specialiseerde zich in volkenrecht. Later wilde ze niets liever dan naar


Studente
*Jo Schaft in de buurt van haar ouderlijk huis

Genève gaan om daar de Volkenbond nieuw leven in te blazen. Ze gaf zich op als lid van de Amsterdamse Vrouwelijke Studenten Vereniging (AVSV). Daar ontmoette ze de Joodse studente Philine Polak en later ook het Joodse meisje Sonja Frenk. De drie vriendinnen studeerden samen en deden leuke dingen. Toen Duitsland op 1 september 1939 Polen binnenviel, vond Jo dat er iets gedaan moest worden: er moest hulp geboden worden. Het enige dat ze kon doen was via het internationale Rode Kruis pakjes opsturen naar gevangen Poolse officieren. Dat deed ze dan ook, maanden lang. Ook was ze betrokken bij de oprichting van een nieuw vrouwendispuut binnen de AVSV samen met de meisjes Annie van Calsem en Nellie Luyting.

Op 10 mei brak de oorlog uit; Jo Schaft kwam een paar dagen niet in Amsterdam. Toen ze weer terug was in Amsterdam zocht ze Philine Polak en Sonja Frenk op. Het leven van alledag ging door. Op 1 juli slaagde ze voor haar kandidaats. Ze ging met Nellie Luyting en Annie van Calsem in Amsterdam-Zuid samenwonen, in de Michelangelostraat 59.
Volgens Nellie had Jo het vaak over de rechten van de arbeiders en over de wantoestanden van de crisisjaren. Ze stond, net als haar vader, pal achter de SDAP. Ze las veel, vooral geavanceerde rode literatuur, waaronder Henriëte Roland Holst. Ze at bij de AVSV op de Herengracht, luisterde naar Radio Oranje en bracht van de universiteit illegale blaadjes mee, zoals de Vrije Katheder. In Amsterdam verscheen in het studentenblad ‘Propria Cures’ een fel hoofdartikel over het vertrek van Joodse professoren en studenten. Jo maakte zich zorgen over Philine en Sonja. Ook waren er steeds meer vechtpartijen in de stad. In december was het nieuwe vrouwendispuut een feit: ‘Gemma’ (Gemmare e minoribus appetinus = Uit de kleine dingen streven wij naar het grote). Van studeren kwam in die tijd niet veel meer terecht. De Februaristaking in 1941 was een soort keerpunt dat het verzet in Nederland aanwakkerde, zo ook bij Jo Schaft. Ze nam aan de protesten in Amsterdam deel. Na de zomer van dat jaar werd het Gemma-dispuut weer opgepakt. Er kwamen acht meisjes bij, ondermeer Erna Kropveld en Sonja Frenk, bij wie hun bijeenkomsten meestal werden gehouden. De Duitse inval was een vast discussieonderwerp. In de herfst werden de maatregelen tegen Joden opnieuw verscherpt. Jo: ‘Als zij niet meer door het park mogen, ga ik er ook niet meer doorheen.’ Sonja was juist heel opstandig: ‘Als ik daar niet mag lopen, doe ik het juist wel!’ Rond de jaarwisseling van 1941-1942 grepen de ouders van de meisjes in, omdat ze niet meer serieus studeerden. Jo ging weer in Haarlem wonen. Toen de Joden in 1942 een gele ster moesten dragen, stal Jo in openbare gelegenheden, zoals zwembaden, schouwburgen, concertzalen en cafés, waar niet bewaakte garderobes of kleedhokjes waren, persoonsbewijzen voor Joodse onderduikers, zo ook voor Sonja en Philine. Er waren er honderden nodig; de vervalsingscentrales, die verschillende verzetsgroepen hadden ingericht, draaiden volop. Ook hielp Jo verschillende Joodse meisjes aan een onderduikadres. Ze sliepen ook soms bij haar ouders in Haarlem.

In februari 1943 werden in Den Haag twee aanslagen gepleegd die grote gevolgen hadden voor het hele universitaire leven. Op 5 februari werd generaal Seyffardt, commandant van het Vrijwilligerslegioen Nederland, in zijn woning door de 23-jarige Jan Verleun neergeschoten. Verleun was een Amsterdamse kantoorbediende die lid was van de CS-6 groep. Er werden verschillende razzia’s op de universiteiten gehouden, zo ook op de Gemeentelijke Universiteit in Amsterdam. Er volgden nog meer aanslagen en invallen op universiteiten. Op 13 maart kwam een verordening uit: een maximum aantal mensen kon studeren en elke afgestudeerde moest een tijdje in Duitsland werken.

Tot slot moest iedereen de loyaliteitsverklaring ondertekenen. Jo riep het ‘Gemma’ dispuut bij elkaar. De meisjes besloten de verklaring niet te ondertekenen. Tachtig procent van alle

lees verder


naar beginpagina