Hannie Schaft

vorigevolgende


Aanslag
*De aanslag op Fake Kist

vlammen op. Later werden op die hoek gijzelaars neergeschoten. Truus was daarbij aanwezig. Met anderen werd ze aangehouden toen ze toevallig passeerde. Iedereen werd aangehouden en verplicht om toe te zien hoe de Duitsers wraak namen. Toen de geweren aan de schouders werden gezet begon een oude man aarzelend het Wilhelmus te zingen. Toen klonken de schoten. De lichamen van de gijzelaars vielen neer. Na de aanslag trokken de drie meisjes naar het noorden om locaties te bekijken waar eventueel wapens gedropt konden worden. Hannie was ook regelmatig in Amsterdam te vinden waar ze boodschappen afgaf op contactadressen voor de RVV.

De winter van 1944/1945

In de hongerwinter intensiveerden Hannie en Truus voor de RVV de contacten met andere illegale groepen in Haarlem en omgeving. In die periode stonden ze voortdurend in verbinding met de Velsense illegaliteit. Voor leden van de Velsense illegaliteit moesten Hannie en Truus vaak pakjes wegbrengen. Ze stopten daar echter mee toen ze ontdekten dat er misbruik van hen gemaakt werd. Na de oorlog zou blijken dat deze leden van de groep een dubbelrol speelde. De ‘Velser affaire’ groeide na de bevrijding tot diep in de jaren ’50 uit tot een nationaal schandaal. Hun wantrouwen was niet ten onrechte geweest. Ondanks afspraken om van beide kanten geen mensen meer te liquideren gingen de drie meisjes door met het verzet. Hannie bracht kranten rond en kwam in contact met de koerierster Jasperina de Bak, die onder de schuilnaam ‘de Gravin’ opereerde. Hannie gaf haar inlichtingen door aan Londen. De Duitsers werden nog agressiever en gingen gewoon door met het executeren van mensen. Ook de RVV hield zich niet meer aan de afspraken en ging door met het verzet. Hannie en Truus probeerden de spoorbrug over het Spaarne op te blazen. De Duitsers trachtten namelijk met eigen personeel de spoorwegen aan het rijden te houden, zodat grote bedrijfsinstallaties, o.a van Hoogovens, naar Duitsland afgevoerd konden worden. De sabotage-aanslag mislukte. Wel lukte een sabotagepoging in het Santpoortse Netelbos, waar een trein werd opgeblazen en het spoorwegverkeer van de Duitsers wekenlang werd ontwricht. Truus vindt dat het leukste klusje wat ze in de oorlog gedaan heeft. In maart 1945 was de bevrijding voelbaar. Op 1 maart schoot Hannie met Truus de politie-inspecteur J. Zierikzee neer. Deze man stond bekend om zijn scherpe controles op clandestien lichtgebruik. Vanaf 7 maart werd regelmatig Zweeds brood en margarine uitgereikt (op die dag werden de gebroeders Van der Haas van de RVV gefusilleerd: opnieuw een klap voor het verzet). Op 15 maart zagen Hannie en Truus toevallig de beruchte Ko Langendijk rijden. Ze schoten op hem. Hannie’s pistool ketste na de eerste schoten en Truus vuurde daarna nog acht keer. De meisjes fietsten weg. In een hotel verscholen ze zich en werden net niet gesnapt. Hannie bepoederde na een aanslag altijd eerst haar gezicht om ‘mooi’ te sterven. Op 19 maart belden Hannie en Truus aan bij Gerdo Bakker, de vals gebleken contactman voor de illegaliteit, en schoten hem neer (in opdracht van de V.I.). Hannie, Truus en Freddie schaduwden ook madame Sieval, een Franse vrouw die nauwe banden had met de Sicherheitsdienst. Ze bedachten van alles: de vrouw kwam bijna nooit buiten. Toen ze toch naar buiten kwam, had ze haar kind bij zich. Daarom besloten Hannie en Truus niet te schieten. Op 21 maart schoten Hannie en Truus op madame Sieval, maar de dikke bontjas van de vrouw had alle kogels opgevangen en ze kon ontsnappen.

Hannie Schaft wordt gearresteerd

Op 21 maart 1945 vertrok Jannetje Johanna Schaft vroeg in de avond vanuit het huis van de Elsinga’s naar IJmuiden om daar een pak Waarheid- en Vrij Nederland-kranten af te leveren. Ze zou die nacht niet thuis slapen. Ze fietste naar Haarlem-Noord en kwam op de Rijksstraatweg bij de dikke zware Mauer-muur. Die avond was er een controle en hoe het ging, ging het, maar Hannie werd aangehouden. Er was geen weg terug. Ze moest haar fietstas openmaken en daarin zagen de controlerende Duitse militairen de verzetskrantjes.
Ze moest apart gaan staan. Haar handtas met haar pistool (een 9 mm FN 28730) erin werd haar afgenomen. Er was nog één kleine hoop, want de bevelvoerend officier van het groepje controleurs bleek de Duitse luitenant Willy te zijn. Dat was dezelfde man met wie Hannie in 1943 in het Stoopbad vriendelijke praatjes maakte. Luitenant Willy bleek Oostindisch doof te zijn toen ze hem riep. En al die tijd dat ze stond te wachten met voor zich een Duitser die het geweer in de aanslag op haar gericht had, kwam de luitenant niet bij haar in de buurt. Hij


kende haar niet. Twee zussen van commandant Frans van der Wiel zagen haar doodongelukkig bij die muur staan. Ze probeerden hun broers Sander en Frans te bereiken en ook de twee zusjes Oversteegen, maar dat lukte niet. Tenslotte werd Hannie met een auto naar de Ripperdakazerne gebracht voor het eerste verhoor. Ze ging door naar de Ortskommandantur in de Haarlemmerhout en ook daar probeerden de Duitsers te weten te komen wie ze was, maar ze zei niets. Aan het eind van de avond brachten ze haar naar het Huis van Bewaring aan de Oostvest. De Nederlander W. Haverkort had dienst. De Duitsers keken in haar handtas en zagen toen pas het pistool. Hannie werd naar cel 18 gebracht op de eerste etage en er werd een schildwacht voor haar deur geplaatst. Geert Bijl verving Haverkort. Hij zocht naar mogelijkheden haar diezelfde nacht uit de gevangenis te halen, maar Hannie werd onverwacht uit haar cel gehaald en meegenomen door de Duitser Emil Rühl. Deze was al heel lang naar Hannie op zoek en was door stom toeval die avond in het Haarlemse Huis van Bewaring. Hij bracht haar naar Amsterdam: hij besefte dat ze Hannie Schaft was. Emil Rühl bracht haar naar het Huis van Bewaring aan de Amstelveenseweg. Daar begonnen de verhoren onmiddellijk. De SD (= Sicherheits Dienst) kon in haar handen wrijven: ze hadden eindelijk het ‘rothaarige Mädel’.

Lages werd in kennis gesteld. Ook de Duitsers Viermann en Viebahn werden opgetrommeld. De Elsinga’s maakten zich de volgende dag ongerust. Truus Oversteegen kwam langs en toen ze hoorde dat Hannie niet thuis was zei ze dat het niet goed zat. Ze ging op onderzoek uit. De RVV sloeg groot alarm, ook naar de andere verzetsgroepen in Haarlem. Er werden gejaagd inlichtingen ingewonnen en het verzet kreeg te horen dat op het bureau van de Ortskommandantur de vorige avond een meisje was binnengebracht. Het signalement klopte. De uitvalswegen van Haarlem werden afgezet. Ze waren te laat. Hannie zat in haar piepkleine cel geïsoleerd van andere gevangenen. Niemand mocht met haar praten. Op haar deur hing een bordje met ‘Mörderin’. Ze moest haar zwarte haar wassen waardoor het weer rood werd: nu wisten de Duitsers zeker dat zij Hannie Schaft was. Ze werd dag en nacht verhoord. In het begin vertelde ze niets, maar op den duur werd ze murw gepraat. Namen van kameraden uit het verzet noemde ze niet, want niemand kreeg een inval van de Duitsers in die dagen. Wel kregen de Elsinga’s een inval van Rühl, Lages en Aus der Fünten (dat wisten de Duitsers via het officieel geregistreerde valse persoonsbewijs). Hannie werd op de binnenplaats van het Huis van Bewaring gefotografeerd. De politiefoto’s laten een Hannie Schaft zien met een behuild gezicht, met krampachtig gebalde vuisten, een zakdoek tussen de rokband geklemd.

Gevangenis

De SD dreigde aanvankelijk Hannie op de binnenplaats van de gevangenis aan de Amstelveenseweg te zullen fusilleren. De foto, die slechts voor het archief diende, maakt duidelijk dat de Duitsers er in geslaagd waren te suggereren dat ze hier inderdaad ter dood zou worden gebracht. Hannie gaf de aanslag op Ko Langendijk toe en dat heeft ook ‘positieve’ gevolgen: de Duitsers liepen namelijk met het plan rond om vijf vrouwen te fusilleren als represaille voor de aanslagen in Haarlem en omgeving die door twee meisjes waren gepleegd. De vijf vrouwen zijn daardoor niet terechtgesteld.
Het verzet zat intussen niet stil. In allerijl probeerde ze te weten te komen waar Hannie naartoe gebracht was. Amsterdam, luidden de berichten. Dat kon de Weteringschans of de Amstelveenseweg zijn. Truus ontwikkelde een plan om haar daar weg te halen. Ze zou beginnen op de Weteringschans. Ook de Velsense illegaliteit was aan het werk. Hen werd verzekerd (niet bekend door wie) dat Hannie niet zou worden doodgeschoten. De Duitsers besloten dit echter toch te doen, ondanks de afspraak met de Binnenlandse Strijdkrachten en ondanks hun principe om geen vrouwen te executeren. (De Duitsers beseften ook dat het einde van de oorlog in zicht was.) Emil Rühl bij de Verklaring van Duisburg in 1975: ‘Kein Gerechtigkeit aber Vergeltung’ en daarom is ze terechtgesteld." De Duitsers vonden dus dat Hannie Schaft terecht gesteld moest worden. Het bevel tot executie kwam van Willy Lages. Het is niet duidelijk of Willy Lages zelf de opdracht tot liquidatie van Hannie heeft gegeven of dat hij telefonisch bevel had gekregen van Oberregierungsrat Hans Kolilz uit Den Haag. Op 17 april 1945 werd Jannetje Johanna Schaft uit haar cel gehaald. De Duitser Mattheus Schmitz kwam haar halen samen met de Nederlandse rechercheur Maarten Kuijper, die bekend stond om zijn arrestaties, zijn medewerking aan de Silbertanne-moorden en zijn wreedheid bij verhoren. Hannie wist dat dit het einde betekende, want ze gilde heel hard

lees verder


naar beginpagina