|
en heel lang. Ada van Rossem, een gevangen vrouwelijke arts, hoorde het. Andere
gevangenen hielden hun adem in. Buiten het gebouw stond een grote wagen klaar
met een Nederlander aan het stuur. Ook zaten er de Duitsers Korbs en Küting in.
Zij hadden pistoolmitrailleurs
bij zich. De auto reed naar Haarlem, waar bij de Ortskommandantur een soldaat
van de Feldgendarmerie (een zogenoemde Gefreiter) instapte, die een schop bij
zich had. Ze reden naar het Overveen, richting strand. Niet ver van de plaats
waar nu het Spartelmeertje ligt werd halt gehouden. Korbs en Klüting bleven
achter, evenals de Nederlandse chauffeur. Hannie werd verder mee het duin ingenomen
door Kuijper en Schmitz. De Feldgendarme-man sjokte achter hen aan.
Schmitz schoot op Hannie’s hoofd, maar zijn schot ketste. Het hoofd van
Hannie bloedde. Ze riep: ‘au!’ Volgens het boek van Truus Menger-Oversteegen
zat de Duitser Emil Rühl in de auto en schoot Lages op haar. Toen het schot
ketste riep Hannie nog tegen Lages: ‘Ik schiet beter’! (Volgens een verklaring
van Lages en Rühl). Uiteindelijk maakte Kuijper er met een machinegeweer een einde
aan. De Gefreiter en Kuijper groeven een gat, waar ze het lichaam van Jannetje
Johanna Schaft inwierpen. Vervolgens overdekten ze dit met zand. Het ging echter
zo haastig dat er een pluk van het lange rode haar van Hannie boven het zand bleef
uitsteken. Onwetend van dit alles ging Truus Oversteegen in een Duits
verpleegstersuniform naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam.
Ze hing een verhaal op dat ze Hannie moest meenemen voor medisch onderzoek:
ze huilde veel om de mensen daar te overtuigen, ze ging het zelfs bijna zelf geloven.
Dat was een grote desillusie: ze werd naar de Amstelveenseweg doorverwezen. Daar
lieten ze Truus een boek zien met de naam J.J.Schaft doorgestreept: ‘Ist nicht
mehr da.’ Truus viel flauw en er kletterden twee grote revolvers uit haar zakken,
die gelukkig door niemand werden gezien. Truus dacht dat Hannie voor verhoor
weggehaald was. Ze wist nog van niets.
Na de bevrijding is Truus met Philine Polak weer teruggegaan naar de
Amstelveenseweg met een grote bos rozen. De gevangenen werden door
familie en vrienden opgehaald. Truus stond op Hannie te wachten en te
kijken, maar Hannie kwam niet... ‘Truus stond daar maar met haar rozen
en heeft toen heel hard gehuild.’ Ook Harm Elsinga ging naar Hannie op
zoek en werd van het kastje naar de muur gestuurd. Uiteindelijk belandde
hij op het bureau van een Canadese officier. Die vertelde dat Lages
gepakt was en dat deze de enige was die hem verder zou kunnen helpen.
Lages vertelde hem dat Hannie ‘erschossen’ was. De ouders van Hannie
geloofden na de bevrijding dat hun dochter nog in leven was. Ze hadden
nog hoop, want ze dachten dat Hannie achter de IJssellinie terecht was gekomen
en dat ze een paar dagen later thuis zou komen. Op 21 mei 1945 ging mevrouw
Schaft naar mr. Sikkel, de officier van justitie die in de oorlog gewestelijk
commandant van het verzet was geweest. Hij bracht haar op de hoogte. Thuis
vertelde ze het haar man. Beide mensen waren kapot van verdriet.
De begrafenis van Hannie Schaft
Na de bevrijding werd bij grondig onderzoek naar Hannies mogelijke
verblijfplaats - het verzet wist niet dat ze geëxecuteerd was - haar
graf in de duinen van Overveen gevonden. Haar lichaam lag in een ondiepe
kuil, een paar centimeter onder de grond, dichtbij verschillende grote
massagraven waarin meer dan vierhonderd verzetsmensen en gijzelaars lagen.

*In de duinen van Overveen werden na de
oorlog de lichamen van honderden verzetsstrijders opgegraven.
Maarten Kuijper, de Amsterdamse rechercheur die haar het
genadeschot had gegeven, wees zelf de plaats aan. Op 27 november 1945
werd Jannetje Johanna Schaft in diezelfde duinen waar ze doodgeschoten
was, op de Erebegraafplaats herbegraven, temidden van 421 andere mensen,
van wie ze velen had gekend. Hannie Schaft was de enige vrouw! De begrafenis
vond plaats in aanwezigheid van koningin Wilhelmina , prinses Juliana en prins
Bernhard. De vele kilometers weg vanaf de Grote- of Sint Bavokerk in Haarlem,
waar een plechtige herdenkingsdienst plaatsvond, naar de begraafplaats, was
afgezet door oud-verzetsstrijders en honderden jongens en meisjes.
Kameraden uit de illegaliteit droegen de kist op hun schouders. Postuum
kreeg Hannie Schaft het Wilhelmina-verzetskruis uitgereikt en een bijzondere
onderscheiding van de Amerikaanse opperbevelhebber Eisenhower.
Hannie Schaft en het communisme
Na haar begrafenis was de strijd nog niet voorbij. De persoon Hannie
Schaft zou in de jaren die volgden middelpunt van gesprek
|
worden tijdens grote meningsverschillen en heftige discussies. Gedurende de Koude
Oorlog werden er vele discussies gevoerd over het wel of niet communistisch
zijn van Hannie Schaft. Tijdens de Koude Oorlog wilde de jeugd van de CPN een
Hannie Schaft-herdenking houden. In De Waarheid en in het blad Jeugd werden oproepen
geplaatst massaal deel te nemen aan deze herdenking. In navolging van Franse
demonstraties tegen herlevend fascisme, had men portretten van Hannie Schaft
uitvergroot en op borden geplaatst.
Op 27 november 1952 verzamelden zich ongeveer vijfduizend oud-verzetsmensen,
jongeren en communisten bij het begin van de Zeeweg in Bloemendaal. De vorige
avond was bij monde van burgemeester Den Tex van Bloemendaal de Hannie Schaft-herdenking
verboden. Het werd van weerskanten een politieke zaak. Tanks probeerden de menigte
tegen te houden. Een paar mensen zijn langs een grote omweg toch bij Hannies graf
gekomen en hebben daar hun bloemen kunnen neerleggen. Ze zijn later gegrepen en
voor de rechter gesleept.
Symbool voor het verzet
Nu, in 1998, is de Koude Oorlog al bijna tien jaar voorbij en wordt de
Hannie Schaft-Herdenking jaarlijks gehouden. Freddie Dekker- Oversteegen
zit in het bestuur. Truus Menger- Oversteegen heeft het beeld van Hannie Schaft,
dat in het Kenaupark in Haarlem staat, gemaakt. Op 3 mei 1982 onthulde prinses
Juliana het bronzen beeld onder massale belangstelling.
Het is nog een hele toestand geweest of er een beeld van Hannie Schaft
moest komen en wie het zou maken. Jaren was er sprake van een beeld,
maar dat werd afgehouden om politieke redenen. Truus werd door mensen
van het Auschwitz-komitee opgebeld, die zeiden dat er een vreselijk
Hannie-Schaft beeld zou komen. Het beeld was door twee jonge kunstenaars
ontworpen en moest een betonnen kooi met tralies voorstellen. Heel veel
mensen vonden dat een verschrikkelijk idee. Als ze de kooi hadden
opengebroken, dan had er nog iets van verzet ingezeten, maar dit was
niks. Er kwam een vergadering waarbij Truus Menger- Oversteegen
uitgenodigd werd als voorzitster van de verzetsbeweging. Ze legde uit
wat zij er van vond en uiteindelijk mocht ze zelf een paar ontwerpen
inleveren, onder een pseudoniem. Ze had vijf ontwerpen ingeleverd en
heeft uiteindelijk gewonnen. Want als er iemand hiervoor in aanmerking
komt is het natuurlijk Truus Menger-Oversteegen, want zij is beeldhouwster,
verzetsstrijdster, een Haarlemse én ze heeft samengewerkt met Hannie Schaft.
Als ze de opdracht niet had gekregen, was ze gaan emigreren.
Conclusie
Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren maar weinig mensen actief in
het verzet. De meeste mensen hielden zich afzijdig en stelden zich
passief op. Zij accepteerden de situatie min of meer (dat was ongeveer
90%). Er werd wel wat passief verzet gepleegd, zoals het luisteren naar
Radio Oranje en het lezen van illegale krantjes. Dan was er nog een kleine
groep (ongeveer 5%) die uit collaborateurs bestond. Zij verraadden onderduikers
en werkten samen met de Duitsers. De overigen (ook ongeveer 5%) zaten in het verzet.
Zij drukten en/of verspreidden illegale krantjes, er werd hulp geboden aan onderduikers,
er werden inlichtingen verzameld voor Engeland en er werd sabotage gepleegd. Van
die groep was een klein deel dat gewapend verzet pleegde. Tot die groep behoorden
drie Haarlemse vrouwen: Hannie Schaft, Truus Oversteegen en Freddie Oversteegen.
Samen met de Amsterdamse Reina Prinsen Geerligs waren dat, voor zover bekend,
de enige vrouwen in Nederland die de wapens opnamen. Er werd wellicht te weinig
verzet geboden, maar degenen die verzet gepleegd hebben, waren heel moedig en
riskeerden hun leven met hun verzetswerk. Plicht of geen plicht, deze mensen hebben
fantastisch werk verricht!
Literatuurlijst
Berents, D., 1995 Memo. Geschiedenis voor de bovenbouw, Den Bosch.
Buitkamp, J., 1990 Geschiedenis van het verzet 1440-1945, Houten.
Bulte, M. en A. Neeven, 1992 Garnizoensstad Haarlem, Den Haag.
Charité, J. (red.), 1988 Biografisch woordenboek van het Socialisme en de
arbeidersbeweging in Nederland, Amsterdam.
Hammann, P.E.M., 1996 De Nationaal Socialistische Beweging in Haarlem en
omgeving, Haarlem.
Jong, L. de, 1990 De bezetting na 50 jaar - deel 1, Den Haag.
Jong, L. de, 1977 Het illegale werk, Den Haag.
Kors, T., 1980 Hannie Schaft: het levensverhaal van een vrouw in verzet
tegen de nazi’s, Amsterdam.
Menger, T., 1985 Toen niet, nu niet, nooit, Den Haag.
Mulisch, H., 1982 De Aanslag, Amsterdam.
Roegholt, R. en J. Zwaan, 1985 Het verzet 1940-1945, Weesp.
Zwaan, J., 1978 Het verzet in Nederland 1940-1945 In: Verraad en Verzet,
1992 Grote Winkler Prins encyclopedie in Amsterdam. 26 delen, deel 20, z.j.
Beeldhouwster Truus Menger, Venlo.
Speelfilm, 1981 Het meisje met het rode haar, naar het gelijknamige boek van Theun de
Vries.
|