|
Toen niet, nu niet, nooit
Els Schalker–Karstanje
en Truus Menger–Oversteegen
maken niet bepaald de indruk van rustige oude dametjes. Ze voelen zich thuis bij
jongeren, vooral wanneer die niet met de massa meelopen en kritisch
zijn. In 1940 waren ze 16 en 17 jaar. Als jonge meiden namen ze deel aan
het verzet. ‘Nee, natuurlijk ging je niet zomaar even bij het verzet,’
vertelt Els. ‘Mijn familie was al begin jaren dertig actief toen in
Duitsland de eerste vervolgingen op gang kwamen. We vingen vluchtelingen
op die eigenlijk illegaal waren, want Nederland was neutraal en
Duitsland een bevriende natie.’ Beiden ergeren zich aan het
vluchtelingenbeleid van nu en aan mensen die actie voeren tegen de komst
van asielzoekers zonder iets te weten van hun achtergronden.
Helden?
Verzetsstrijders worden vaak gezien als helden. Maar Truus en Els vinden dat het niet alleen om het verleden gaat maar juist om wat je nu doet.
Truus: ‘Door wat je in het verleden hebt meegemaakt blijf je optimist. Er zullen
altijd idealisten zijn om de menselijkheid te beschermen.’ Op de vraag wat ze
zouden doen als ze nu nog 16 of 17 waren, antwoordt Truus meteen: ‘Oh, ik zou bij
Greenpeace gaan, mee op die boot natuurlijk.’ Beiden voelen zich betrokken
bij antiracisme, de milieubeweging en Amnesty International. Els is medeoprichtster
van het Zuid-Hollands Verzetsmuseum en gaat regelmatig naar het voormalige
concentratiekamp Dachau waar internationale jongerengroepen elkaar ontmoeten.
Truus is een veel gevraagd spreekster op bijeenkomsten en universiteiten, ook in
het buitenland. Zij is kunstenaar. Op verschillende plekken staan beelden en
monumenten die door haar zijn gemaakt. De ontmoetingen inspireren: ‘Het
gaat om de jongeren van nu, want die hebben de toekomst, we hopen dat ze
van ons leren dat je het niet moet pikken als je vriendje wordt gepest,
of als er gediscrimineerd wordt.'
|